Randstad koopstromenonderzoek 2018

Kleinere winkelcentra verliezen het van Hoog Catharijne en binnenstad

De binnenstad van Utrecht floreert, maar de grote winkelcentra binnen de rest van de stad en net daarbuiten betalen de rekening. Dat blijkt uit het Randstad Koopstromenonderzoek 2018.

Voor het onderzoek zijn meer dan 50.000 mensen ondervraagd  over hun bestedingen in de Randstad en een ring daar omheen. Het onderzoek is een initiatief van de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland en wordt elke twee jaar uitgevoerd.

Het Grootwinkelcentrum Kanaleneiland, Bisonspoor in Maarssenbroek en vooral shoppingcenter Overvecht zuchten onder de concurrentie van webwinkels, onder de toegenomen aantrekkingskracht van de oude binnenstad en nog het meest onder die van Hoog Catharijne in Utrecht. Ook Zeist moet een flinke veer laten, Cityplaza in Nieuwegein daarentegen doet het opvallend goed. Wijkwinkelcentra blijven in omzet redelijk stabiel. Winkelgebied Leidsche Rijn Centrum is in het onderzoek nog niet meegenomen. Dat is nog geen jaar open.

De besteding aan niet-dagelijkse boodschappen, zoals schoenen en mode, steeg in twee jaar in het centrum van Utrecht met 2,5 procent van 499,4 miljoen naar 511,9 miljoen euro. Ook dagelijkse boodschappen doen steeds meer mensen in het centrum.

Verlies
Het Grootwinkelcentrum Kanaleneiland boekte op zowel de dagelijkse als niet-dagelijkse boodschappen een verlies van ongeveer 9 procent. In Overvecht was de teruggang nog veel groter:  aan dagelijkse boodschappen besteedde de consument er een kwart minder, aan niet-dagelijkse zelfs 40 procent minder. Ook Bisonspoor in Maarssenbroek zag fors minder mensen shoppen: een verlies van 21 procent, Houten 23 procent en Zeist 15 procent.

Witte raaf onder de winkelcentra is Cityplaza, dat 14 procent meer omzet zag in de supermarkten en bijna 7 procent meer in mode- en schoenenwinkels.

Volgens de analisten van het Koopstromenonderzoek hebben alle fysieke winkels te lijden onder concurrentie van online-shoppen. Dat nam in de afgelopen twee jaar in de niet-dagelijks sector opnieuw toe, van  20,6 procent van de uitgaven in 2016 naar 24,2 procent  in 2018. Bij de dagelijkse  boodschappen is het aandeel beperkter, maar de groei veel sneller: in 2016 bestelde 1,6 procent van de mensen hun boodschappen online. In twee jaar tijd is dat bijna verdubbeld naar 3,1 procent.

Nieuwe aantrekkingskracht
Het zijn vooral de binnensteden van Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag die zich volgens de onderzoekers aan de greep van het webshoppen weten te ontworstelen. In Utrecht speelt daarbij een rol dat Hoog Catharijne na een periode van ingrijpende verbouwing een nieuwe aantrekkingskracht heeft gekregen voor winkelend publiek.

Voor de uitkomsten van het volledige onderzoek kijkt u op https://kso2018.nl/resultaten/

Bron: Ad.nl /   Randstad Koopstromenonderzoek 2018 I&O Research & bureau DTNP